Vandaag een dag van huiver Geslagen
Als laatste bel, nog een laatste ronde te gaan angst voor het leven vervangt die voor de dood
Wel een rustgevend gevoel, eindelijk er is horizon, Hoop
Maar, mijn lief, niets dierbaarder dan het leven, niets dierbaarder
dan jij en ik langs de kade van de Taag
door de beregende straten van de Alfama waar ik Slauerhoff rook, zijn aanwezigheid vermoedde, zijn droefheid voelde
en zei: dit is niet alles
Er is liefde, er is bacelhao, er is wijn, er is de liefde
Er is fado, saudade, er is een kust
een verre kust waar je heen kunt zwemmen
Er is altijd wel een dreiging van
water, wijn, wellust, waterige ogen
waardeloze weersvoorspellingen
altijd wel een valkuil van te stillen honger
Er is altijd een vamp die het valse woord draagt en nee,
ze is ongesluierd en opgemaakt,
ze draagt met plezier een leugen van gemak
Maar, mijn lief,
niets dieper dan het water van jouw lippen
als waarheid aan de rivier
in het zuiden
ik leef, waan me geen Branco of Oliveira
maar kan, godzijdank, kruipen in hun ziel
waarmee de straten hier geplaveid zijn
straten die ik met eerbied betreed,
Ik ben zelf een geschiedenis van verlangen
naar een volledig landschap
groetende heuvel
lachend woud
zingend water
omhelzende wolken