Ik koester graag mijn eigen lijden
En wentel me in onpeilbaar leed
Laat zeldzame diepte me verblijden
Iets wat de liefde zelden deed
Plezier heb ik al lang niet meer
Het kind in mij is lang verraden
Geen Wolf meer van Heen en Weer
Ik zal tot ‘t eind in tranen baden
Zwaar weer staat me op te wachten
Grijze golven koud aan de kust
Overstroomd gemoed zonder krachten
En enkel dood brengt rust
Zo, en dan nu een lekker biertje.